00

De molen
Werking en inrichting

Naast de molen zelf, bestaat het molencomplex nog uit 2 tegen de molen aanliggende magazijnen. Het meest rechts van de molen af liggende magazijn bevat graan silo's waar het graan los wordt ontvangen. Het gereinigde graan gaat altijd over de fijn-reiniger en dan via een vijzel naar de molen. Hier komt het op een elevator en wordt het of boven de maalstenen of boven de pletter gebracht. Tarwe wordt voor het malen altijd licht voorgekneusd op de pletter. Hierdoor krijgt men mooier volkorenmeel.

De molen bevat 2 koppels maalstenen door de wind aangedreven en twee koppels maalstenen elektrisch aangedreven. Alle granen worden op blauwe natuurstenen gemalen. Dit geeft een beter maalresultaat dan kunststenen. De zemel wordt namelijk minder beschadigd. Boekweit wordt op aparte stenen gemalen en gaat meteen over een buil (zeefmachine) om de zemelen eruit te halen.



Lees meer over de geschiedenis van de molen »

In tegenstelling tot tarwezemelen bevatten de zemelen van boekweit geen voedingswaarde. Ze worden wel gebruikt als vulling voor hoofdkussens.

Uniek in de molen is de afzuiging voor het meel. Deze kan gebruikt worden voor alle maalstoelen. Dit geeft minder stof in de molen wat de hygiëne bevordert.

De totale inrichting betstaat uit:

  • 4 koppel maalstenen
  • 2 elevators
  • 2 bloembuilen
  • 1 pletter
  • 1 verticale molen (met kleine stenen voor gebroken producten)
  • 2 afzuigsystemen
  • diverse vijzels
  • 2 mengketels
  • 1 graanreiniger

Alle gemalen producten komen in een mengketel terecht en worden afgezakt in papieren zakken en opgeslagen in het magazijn. In het magazijn is een airco aanwezig zodat het meel koel en droog opgeslagen kan worden.

In tegenstelling tot veel andere molens is er veel opslagruimte voor graan en meel, dit door de 2 aanliggende magazijnen.



Techniek in de molen

De molen werd in 1846 gebouwd als bergmolen. D.w.z. dat er om de molen een zandberg zat van waaraf men de wieken kon bedienen en de molen op de wind kon zetten. Later werd een pakhuis tegen de molen gebouwd waardoor het niet meer mogelijk was om de molen vanuit alle windrichtingen te laten malen. Men kon alleen nog gebruik maken van westen en oosten wind.

Toen de molen in 1975-1976 gerestaureerd moest worden werd dit probleem ongedaan gemaakt door de molen te verhogen en er een stellingmolen van te maken. De molen werd +/- 4 meter hoger en er kwam een verdieping bij. Dit was ook gunstig voor de windvang van de molen. De molen wordt door de molenaars zelf onderhouden voorwaar geen kleine klus.

Door de jaren heen werd er heel wat vertimmerd aan de molen. Zo werden o.a. fokwieken aangebracht. Dit is een soort stroomlijning v.d.wieken. Doordat in deze fokken remkleppen op de einden zitten draait de molen regelmatiger, iets wat voor het malen gunstig is.

Het type molen is dus nu een ronde stenen stellingmolen. De wieken zijn van top tot top +/- 25 meter lang met fokken en regelkleppen. Door de molen worden 2 koppel maalstenen aangedreven. Het kruiwerk (waarmee men de molen op de wind zet) is een z.g. Engels kruiwerk. Dat wil zeggen dat de kap op flensvormige rollen draait. De rem van de molen kan vanaf de stelling bediend worden evenals het kruiwerk.



Dit kleine model van de molen wordt op termijn bij de molen geplaatst.

Bijzonder aan de molen is dat de haakse overbrenging, boven in de kap, uitgevoerd is met een conische schijfloop met gietijzeren staven. De as is van gietijzer en weegt +/- 5000 kg. De roeden zijn van fabr. Derks uit Beegden.

Kleurstelling:
De kleurstelling is in de loop van de jaren langzaam soberder geworden. De meeste vervangen onderdelen worden niet meer in felle kleuren geschilderd maar gecarbolineumd of vervanger daarvan. Dikke balken verven brengt het risico met zich mee dat deze niet droog zijn in het hart. Als je deze balken verft kan het water niet meer weg met als gevolg; rotting van binnenuit.

Gebruikte houtsoorten:
Binnen balken: Eiken, Tandwielen: Eiken of Billinga, Tanden: Bolletrie, Steenbeuk, Accasia en Azijnhout, Spruiten: Billinga, Schoren: Eiken, Heklatten: Pitch-pine - Iroko, Fokken: Redceder, Stelling: Eiken - Lariks - geïmpregneerd vuren, Ramen en deuren: Meranti

Meer gegevens en bijzonderheden over de molen kan men vinden op de molendatabase van De Hollandsche molen onder nummer 506.



Lees meer over de geschiedenis van de molen »